Vandaar deze geheel herziene uitgave van De hel van 2 kilometer,
het boek van Leo van de Ruit over de geschiedenis
van het Nederlandse
toproeien. In een nieuw jasje, mét de flonkerende
prestaties
van Oranje op het Griekse water. Zij zijn het laatste
vervolg op de bijzondere
prestaties van Janus Ooms in de 19e eeuw; de eerste
gouden
olympische roeiers in 1900, François Brandt en Roelof
Klein; de grootheden
uit de tijd tussen de wereldoorlogen Teun Beynen,Willy
Rösingh, Dirk Fortuin, Constant Pieterse en Ernst
de Jonge en
kampioenen uit het moderne tijdperk als Jan Wienese,
Ingrid
Dusseldorp, Frans Göbel, Nico Rienks, Gerritjan Eggenkamp,
Michiel Bartman en Diederik Simon.
Wat er ook in de loop van de tijd veranderde, bij
alle roeiers vind je
de passie voor hun sport met een medaille als beloning.
Een ‘blik’, en
niet het geld, als het hoogste doel was en is het
streven van
ambitieuze en eigenzinnige sportmensen. Roeiers geven
alles,
ze lijden pijn in de ‘hel van 2 kilometer’.